vanaf wanneer telt de opzegtermijn precies
Ontvangstmoment van de opzegging is het startpunt, niet de verzenddatum
De opzegtermijn gaat lopen op het moment dat de opzegging de andere partij bereikt, niet op het moment dat je de brief verstuurt of de e-mail intikt. Dit is de ontvangsttheorie uit artikel 3:37 lid 3 BW, die via de algemene regels van het verbintenissenrecht ook geldt voor de opzegging van overeenkomsten in Boek 7 BW, zoals opdracht en huur. Concreet: stuur je op 1 maart een brief met een opzegtermijn van een maand, en komt die pas op 4 maart aan, dan telt de termijn vanaf 4 maart. De poststempel op je eigen envelop bewijst dus niets over de ingangsdatum — het gaat om het moment van aankomst bij de wederpartij.
Bij een geadresseerd contract, waarin een vaste opzegtermijn is opgenomen, tel je vanaf de ontvangstdag verder volgens de manier die voor die specifieke termijn geldt. Hoe je die telling precies uitvoert — inclusief de dag van ontvangst zelf meetellen of niet — hangt af van de formulering in het contract en de wet die erop van toepassing is; vanaf welke dag begint de opzegtermijn te lopen gaat daar verder op in. Twijfel je of je de juiste datum al hebt vastgesteld om vanaf te tellen, dan is welke datum van mijn contract moet ik nu echt in de gaten houden een logische vervolgstap.
Waar dit uit volgt: de bewijspositie bij verzending versus ontvangst
Het uitgangspunt dat een opzegging pas werkt zodra ze de andere partij heeft bereikt, volgt uit de systematiek van de ontvangsttheorie zoals die in het Burgerlijk Wetboek is verankerd voor rechtshandelingen die een verklaring vereisen. Voor overeenkomsten uit Boek 7 BW, zoals opdracht en huur, geldt geen afzonderlijke regel voor het ingaan van een opzegtermijn — die regel volgt uit het algemene deel van het verbintenissenrecht. Praktisch betekent dit dat de afzender het risico draagt van vertraging, verlies of een verkeerd adres: wie kan aantonen wanneer de opzegging is ontvangen, staat er het sterkst voor. Aangetekend versturen levert daarvoor een bewijsmoment op, maar bepaalt zelf niet de wettelijke regel.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, afdeling 6.5.3 (algemene voorwaarden: gebondenheid, vernietiging en de informatieplicht)
- Burgerlijk Wetboek Boek 7 (de bijzondere overeenkomsten, waaronder opdracht en huur)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.