wie mag er binnen ons bedrijf een contract opzeggen
Vertegenwoordiging bepaalt wie mag tekenen
Wie een contract mag opzeggen, is dezelfde vraag als wie het namens het bedrijf mocht aangaan: dat is een kwestie van vertegenwoordiging. Bij een BV is dat in beginsel de statutair bestuurder, of iemand met een geldige volmacht. Bij eenmanszaken en vof's ligt dat vaak breder, maar de kernvraag blijft gelijk: heeft deze persoon de bevoegdheid om het bedrijf te binden aan deze rechtshandeling? Een opzegging door iemand zonder die bevoegdheid kan de tegenpartij naast zich neerleggen, of juist aan het bedrijf toerekenen als de schijn van bevoegdheid is gewekt — bijvoorbeeld omdat die persoon dit soort zaken al jaren afhandelt. Boek 6 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek regelen niet zelf wie binnen een bedrijf mag tekenen; dat volgt uit het ondernemingsrecht en de statuten. Wat deze boeken wél regelen, is wat er ná de opzegging gebeurt: welke termijn geldt, en of een beding in de algemene voorwaarden over wie mag opzeggen zelf wel geldig is.
In de praktijk is de vraag "wie mag dit tekenen" vaak minder belangrijk dan de vraag "staat het er eigenlijk goed in". Een contract kan namelijk een eigen regel bevatten over wie de opzegging mag doen, of eisen dat die op naam van een specifieke functionaris gebeurt. Dat staat dan in de tekst zelf, niet in de wet. Wie dat wil nazoeken, kan het beste eerst kijken waar de opzegtermijn en de looptijd in het contract precies staan, want die bepaling staat meestal in dezelfde paragraaf als de regels over wie mag opzeggen en hoe.
Waar dit uit volgt: BW Boek 6 en Boek 7
De informatieplicht en de regels over gebondenheid aan algemene voorwaarden staan in Boek 6, afdeling 6.5.3, van het Burgerlijk Wetboek. Bepalingen over specifieke overeenkomsten — zoals opdracht of huur, met hun eigen opzeggingsregels — staan in Boek 7. Geen van beide boeken regelt de interne bevoegdheidsverdeling binnen een onderneming; wie namens het bedrijf mag handelen, volgt uit het ondernemingsrecht en de eigen statuten of vennootschapsakte. Voor de dagelijkse praktijk is het vaak handiger om eerst een overzicht te maken van welke contracten er lopen, zodat duidelijk is welke bepaling over ondertekening bij welk contract hoort.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, afdeling 6.5.3 (algemene voorwaarden: gebondenheid, vernietiging en de informatieplicht)
- Burgerlijk Wetboek Boek 7 (de bijzondere overeenkomsten, waaronder opdracht en huur)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.