Welke opzegregels gelden er voor de huur van bedrijfsruimte?
290-bedrijfsruimte kent een ander regime dan kantoren
Voor de opzegging van huur van bedrijfsruimte maakt het uit onder welk regime het pand valt. Bij "290-bedrijfsruimte" — winkels, horeca en andere ruimtes die publiek toegankelijk zijn voor levering van goederen of diensten — gelden dwingende opzeggingsregels uit titel 7.4 van Boek 7 BW, met vaste minimumtermijnen van de huurovereenkomst (doorgaans eerste termijn vijf jaar, met aansluitend verlenging tot tien jaar) en een wettelijke opzegtermijn van minimaal een jaar tegen het einde van die termijn. Overige bedrijfsruimte, zoals kantoren en opslagloodsen zonder publieksfunctie, valt onder een lichter regime: daar geldt geen wettelijke minimumduur en is de opzegtermijn vaak wat in het contract staat, aangevuld met wat redelijk is.
Het verschil is niet cosmetisch: bij 290-bedrijfsruimte kan de verhuurder niet zomaar opzeggen, alleen op een beperkt aantal wettelijke gronden, en moet hij die gronden ook noemen in de opzeggingsbrief. Als huurder heb je bij dat regime dus meer bescherming, maar ook een striktere procedure te volgen als je zelf wilt opzeggen — de opzegging moet bij aangetekende brief of deurwaardersakte, tegen het einde van de lopende termijn. Bij overige bedrijfsruimte ligt dat losser, maar dan is precies lezen wat er in het contract staat over termijn en vorm des te belangrijker. Wie meerdere bedrijfsruimtes huurt of verhuurt, doet er goed aan om per pand vast te leggen onder welk regime het valt — dat voorkomt dat een opzegging op het verkeerde moment of in de verkeerde vorm wordt verstuurd. Daarbij helpt het om alle lopende contracten en hun einddata in één overzicht te zetten, zodat de juiste termijn nooit ongemerkt verstrijkt.
Titel 7.4 van Boek 7 BW regelt beide regimes
Het onderscheid tussen 290-bedrijfsruimte en overige bedrijfsruimte, met de bijbehorende opzeggingsgronden en -termijnen, staat in Boek 7 BW, titel 7.4 (huur van bedrijfsruimte). Voor de vorm en het moment van de opzegging zelf gelden verder de algemene regels die ook bij zakelijke contracten in het algemeen van toepassing zijn: wie tekent, welk adres correct is, en welke opzegtermijn effectief ingaat.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 7 (de bijzondere overeenkomsten, waaronder opdracht en huur)
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, afdeling 6.5.3 (algemene voorwaarden: gebondenheid, vernietiging en de informatieplicht)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.